Kikkers, padden en salamanders: amfibieën in de vijver

In veel vijvers zitten kikkers, padden of salamanders. Op deze pagina lees je informatie over deze amfibieën en krijg je tips, hoe je deze dieren ook in jouw vijver kunt krijgen.

Soorten amfibieën

In Nederlandse en Belgische vijvers kun je de volgende amfibieën aantreffen:

Gewone pad (Bufo bufo)

De gewone pad is meestal bruin-grijs gekleurd en heeft een knobbelige, wratachtige huid. Een pad heeft kortere achterpoten dan een kikker en gebruikt deze dan ook vooral om te lopen, en meestal niet om te springen. Een pad kun je makkelijk verwarren met de bruine kikker. Deze laatste heeft een gladdere huid en langere achterpoten, en beweegt zich dus vooral springend voort.

De voortplanting van padden begint al vroeg in het voorjaar, soms zelfs al in februari. De dieren trekken vanaf hun overwinteringsplaats naar de vijver of sloot waarin ze zelf geboren zijn en leggen daar hun dril. Paddendril vormt lange slierten, kikkerdril vormt klompen.

Bruine kikker (Rana temporaria)

De bruine kikker heeft een bruin-grijze, gladde huid (soms met zwarte accenten). De levenswijze lijkt erg veel op die van de pad: ook bruine kikkers planten zich al vroeg in het seizoen voort, het liefst in het water waarin ze zelf geboren zijn.

Bruine kikker met kikkerdril in de vijver

Bruine kikker (Rana temporaria) met kikkerdril in de vijver. De bruine kikker is één van de meest voorkomende amfibieën in Nederland en België. De bruine kikker legt eitjes vanaf half februari, begin maart.

Groene kikker (Pelophylax)

De groene kikker is erg herkenbaar door zijn groen-gestreepte, gladde huid. De voortplanting vindt later in het jaar plaats dan die van de pad en de bruine kikker, vanaf de maand april. Groene kikkers zijn grotere kwakers dan de bruine kikker en pad.

Kleine watersalamander (Lissotriton vulgaris)

De kleine watersalamander onderscheidt zich van de kikkers en padden door zijn lichaamsbouw. Een salamander heeft een duidelijke staart en een platter lichaam. De paartijd van de salamander is gelijk aan die van de bruine kikker en pad, vanaf half februari.

Levenswijze amfibieën

Amfibieën brengen maar een klein deel van hun tijd in het water door. De dieren kennen een landfase en een waterfase. De waterfase is in het voorjaar, rondom de voortplanting. In deze periode zijn amfibieën vooral in het water te vinden. In de overige jaargetijden houden ze zich het liefst wel in de buurt van water op, maar zitten ze vooral op het land.

Uit de dril (eitjes) van de hierboven besproken amfibieën groeit een larve, die wel volledig in het water leeft (kikkervisje). Tijdens de metamorfose verandert de larve in de uiteindelijke amfibie. Hierbij verdwijnen de uitwendige kieuwen en ontwikkelt het dier longen. Amfibieën kunnen echter ook zuurstof uit het water opnemen via hun huid.

Amfibieën houden een winterslaap. Hierbij graven ze zich in in de modder op de vijverbodem of een plantmand, of ze zoeken een beschutte, vorstvrije plek op het land.

Salamander bij de vijver

Kleine watersalamander (Lissotriton vulgaris) bij de vijver. Net als andere amfibieën brengt de salamander het grootste deel van de tijd buiten het water door. In de paartijd bevindt het diertje zich echter vooral in het water.

Padden, kikkers en salamanders in de vijver krijgen

Wanneer je tuin aantrekkelijk is ingericht voor amfibieën (vochtige plekken met veel schaduw, lage planten) is de kans groot dat je na verloop van tijd vanzelf padden, kikkers en salamanders in de vijver krijgt. Dit geldt zeker, als je in een waterrijke buurt woont of als er in de nabije omgeving meer vijvers liggen.

Amfibieën vangen en in de vijver zetten is zinloos. De dieren zullen vrijwel direct proberen terug te keren naar hun oorspronkelijke omgeving. Daar komt bij, dat amfibieën in Nederland beschermde soorten zijn en dat het vangen ervan dus verboden is.

Wat wel is toegestaan, is een beetje kikkerdril meenemen naar je vijver. De amfibieën die hieruit groeien, zullen jouw vijver als hun thuisbasis zien en daarom jaarlijks hiernaar terugkeren voor hun voortplanting. Dril van de hierboven genoemde soorten mag je in het voorjaar in kleine hoeveelheden meenemen naar je vijver.

Wanneer in je vijver grotere vissen zitten, hebben de larven echter weinig kans om volwassen te worden. De vissen zullen de jonge larven namelijk al snel opeten. In dat geval kun je daarom het beste een aparte bak of vijvertje voor de kikkervisjes aanleggen. Zorg wel, dat hierin voldoende planten groeien.

Verder lezen:

Vijverwater

Waterplanten

Zuurstofplanten

Biologisch evenwicht